De begrippen pel/pelling/laken/goudlaken/zilverlaken komen voor in de textielgeschiedenis. In dit artikel. kunt u daar meer over lezen. Ik raadpleegde hiervoor Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal, het Textielmuseum, de stichting Textielgeschiedenis en internet.
De begrippen bij onze hoenders.
1. Het begrip pel(-ling) is een verzamelnaam voor verschillende tekeningbeelden: gestreept, gekorreld, geband, geblokt. Het verdient aanbeveling ze ook zo te noemen.
2. Laken is een tekeningbeeld dat we kennen van de Lakenvelder. Of er een relatie is met de stof laken is niet aantoonbaar. Ik ga er in dit artikel niet nader op in.
3. Goud- en zilverlaken waren eeuwen de verzamelnamen voor een ander deel van de getekende kleurslagen bij onze rassen: getoept, gezoomd en geloverd.
Over Goud~ en Zilverpel
Goud- en zilverpel in historisch perspectief
In Van Dale's Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal (2005) staan de woorden: pellen, pel, pelder, pellenwever. Pel is: schil, huid, vel, vlek. Volgens het genoemde woordenboek zijn pellen ook weefsels. Bij pelder wordt geschreven over een Griekse mantel, laken, een kostbaar met gouddraad doorweven weefsel. In 1120 wordt bij de beschrijving over de stof van een statiekleed dit woord al genoemd. Er wordt in het woordenboek ook melding gemaakt van een (half-)linnen weefsel met eenvoudige blokachtige patronen die men pellengoed noemt. Ook de fuctie van pellengoed voor tafellakens en servetten wordt vermeld. Een pellenwever is iemand die pellengoed weeft.
Het gebruik van de kleuraanduiding goud- en zilverpel als verzamelnaam voor tekeningbeelden bij meerdere Nederlandse hoenderassen is al erg oud. De bovengenoemde informatie plaatst het in een historisch kader.
Over Goud- en Zilverlaken
Goud- en zilverlaken in historisch perspectief
Al in de Middeleeuwen is er sprake van handel in goudlaken en zilverlaken stoffen. De zeventiende eeuw was de gouden eeuw voor de noordelijke Nederlanden. Amsterdam was zelfs een van de belangrijkste westerse steden van de wereld.
De zestiende eeuw was meer een gouden eeuw voor de zuidelijke Nederlanden. Vooral Antwerpen bloeide. onderden schepen uit veellanden deden de stad aan. Duizenden wagens voerden uit allerlei landen onder andere reizigers en handels (w.o. zijden stoften, fluweel, goudlaken en zilverlaken) aan. Laken is een wollen stof. Volgens Bonthond in zijn Woordenboek voor den manufacturier is het een kaardgaren weefsel, ontstaan door vollen waarna de viltlaag door ruwen wordt losgemaakt, waarna de korte vezeltjes door strijken in
een richting worden gelegd. U kunt in het museum De Lakenhal in Leiden de stof zelf zien en voelen in de kleur zwart. In Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal staat bij zilverlaken dat het gaat om een kip die geschakeerd is in wit met zwarte strepen of vlekken. Er staat ook dat het een met zilverdraad doorweven stof is. Bij goudlaken staat zelfs dat het gezegd wordt van vogels waarvan de veren aan goudlaken doen denken. De R‚aumur schrijft er in 1751 al in die zin over. R. Houwink Hzn stelt in zijn Onze Hoenderassen in het begin van de twintigste eeuw vast dat er zes verschillende typen goud- en zilverlaken bestaan. Er is dus sprake van een verzamelnaam. Brabanders, Nederlandse Uilebaarden, Hollandse Hoenders en Nederlandse Baardkuifhoenders kennen de kleuren goudlaken en zilverlaken. Het gaat om de geloverde, gezoomde en de getoepte tekeningbeelden.
In de N.H.D.B.standaard van 1950 worden de geloverde Nederlandse Uilebaarden nog goud- en zilverlaken genoemd. Daarna is de verzamelnaam uit de standaard verdwenen. Jammer. Een enkele keer hoort men een oudere fokker het begrip nog wel eens gebruiken.
Ik beschrijf de twee benamingen voor de luxe textielstoffen doelbewust, omdat het tot in de twintigste eeuw ook verzamelnamen voor getekende kleurslagen bij onze, toen luxe, (kuif)hoenders waren. Er is dus een historische relatie. Zoek op internet. maar eens naar goudlaken en zilverlaken!
Piet Kroon